Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H

Netherlands > Nationaal Archief

2.16.21
1893-1926
R. Kramer
1985
Nationaal Archief, Den Haag
This finding aid is written in Dutch .
Beschrijving van het archief

Scope and content

Het Hoofdbestuur van de Posterijen en Telegrafie is te beschouwen als de rechtsopvolger van de afdeling Posterijen en Telegrafie. Het hoofdbestuur onderhield nauw contact met het departement: het archief bevat een afzonderlijk ‘verbaal ministers’ voor zaken bij welke de tussenkomst van de departementleiding vereist was. Omvangrijker echter is het ‘verbaal hoofdbestuur’ voor zaken die dit bestuur zelf kon afdoen. Bij elk verbaal horen aparte series indices en klappers; deze zijn qua opzet vergelijkbaar met die van de afdelingen Waterstaat en Spoorwegen. De buiten verbaal gehouden stukken bestaan vooral uit gedrukte dienstorders en mededelingen.

Inhoud

Na de selectie op vernietiging bleef er, naast de toegangen op het archief, ca. zesenveertig meter archief over (± vijfentwintigduizend verbalen), waarvan:

  • een portefeuille minister/hoofdbestuur
  • honderd zestig portefeuilles minister
  • Legging Day 2nd Day Clarissa 2nd Black eBoWQrxdC
  • driehonderd zes portefeuilles hoofdbestuur
  • drie portefeuilles departementale nota's
  • een portefeuille departementale visie- en medeparaafstukken
  • zeventien archiefdozen bestekken
  • twee trommels collectie postwaarden.

Records creator's history

Geschiedenis van de archiefvormer

1. Geschiedenis van het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie, 1893-1926

1.1. De situatie voor 1893

Teneinde een samenhangend beeld te kunnen presenteren van de periode waarvan het archief beschreven is, wordt hier in het kort een aantal ontwikkelingen rond het Staatsbedrijf vóór 1893 beschreven.

Voor 1893 maakten zowel de post als de telegraafdienst deel uit van een ministerie: de postdienst vanaf 1831 van het Departement van Financiën en de telegraafdienst vanaf 1852 van het Departement van Binnenlandse Zaken. Mede om de hoge exploitatiekosten van de telegrafie te drukken vatte men het plan op om de beide diensten te verenigen en in 1870 werd de telegraafdienst dan ook ondergebracht bij het Departement van Financiën. Er bleven echter twee afzonderlijke diensten bestaan. In 1877 gingen deze twee diensten over naar het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Sommige postkantoren en telegraafkantoren waren vanaf 1870 al bijeengevoegd in zogenaamde Verenigde Post- en Telegraafkantoren. Een nog betere integratie werd bereikt doordat de beide afzonderlijke departementsafdelingen in 1886 opgingen in één Afdeling Posterijen, welke in 1893 met haar Onderafdelingen Post en Telegrafie werd losgemaakt uit het departementale verband. Voortaan vormden de posterijen een zelfstandige organisatie met aan het hoofd een directeur-generaal; de centrale administratie kreeg de naam Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie.

1.2. Het hoofdbestuur in relatie tot ministerie en parlement

Ondanks het feit, dat de Posterijen en Telegrafie uit het departementale verband waren losgemaakt, bleven ze wél deel uitmaken van de departementsbegroting van het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Bij de Posterijen en Telegrafie werd een eenvoudige kasboekhouding bijgehouden (alleen de inkomsten en uitgaven in geld werden geboekt). Deze situatie was de Staten-Generaal een doorn in het oog, aangezien men op deze wijze geen helder inzicht in de financiële positie van het bedrijf kon verkrijgen; al in 1904 werd daarom bij de Telefonie een commerciële boekhouding ingevoerd, in welk voorbeeld in 1906 en 1907 respectievelijk bij de Telegrafie en de Posterijen werd gevolgd. Sleeve Blouse Dorothy Tie Perkins Long Neck Ivory l1uTKFcJ3

Deze boekhouding was echter gekoppeld aan de staatsbegroting en kende als zodanig ook geen mogelijkheden om grote uitgaven over meerdere jaren af te schrijven en bezittingen als kapitaal te berekenen. Bij de aanwijzing van de Posterijen en Telegrafie tot Staatsbedrijf [NOTE Wet van 31 december (Stbl. Nr. 464); in werking getreden per 1 januari 1915] kreeg men weliswaar een afzonderlijke begroting, maar deze bleef beperkt tot een raming van inkomsten en uitgaven in geld, zodat een meer bedrijfsmatige aanpak moeilijk bleef.

Al vanaf 1893 was gebleken, dat het hoofdbestuur in zijn bedrijfsvoering te zeer beperkt werd door de bemoeienis van minister en parlement, terwijl het zich uitbreidende bedrijf juist met grotere (vooral financiële) zelfstandigheid gebaat was. Bovendien heerste er in de twintiger jaren een onrustige sfeer binnen het bedrijf tengevolge van bezuinigingen en onduidelijkheid over bezoldigings- en bevorderingsregelingen. Ontevredenheid over de organisatie van het hoofdbestuur én de moeizame reorganisatie van de Postcheque- en Girodienst droegen ook aan deze onrust bij en hadden een negatief effect op de dienstverlening, zodat in pers en parlement kritiek op het bedrijf viel te beluisteren.

Als reactie op dit alles stelden de betrokken minister en de bedrijfsleiding drie commissies in die het functioneren van de Posterijen en Telegrafie moesten bestuderen en eventuele verbeteringen voorstellen. Deze commissies waren:

Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H

  • Commissie Nolting (1923-1925): reorganisatie algemene dienst.
  • Commissie Nolting (1923-1925): organisatie technische dienst.
  • Commissie Van Royen (1924-1925): reorganisatie hoofdbestuur.

In de adviezen van bovengenoemde commissies werd vooral gepleit voor een zelfstandiger bedrijfsvoering; er waren o.a voorstellen voor een andere begrotingsprocedure en voor het bezit van eigen kasmiddelen. Met betrekking tot de verhouding tussen de bedrijfsleiding en de minister adviseerde de Commissie Van Royen o.m. tot het instellen van een Raad van Toezicht en Advies om de controlerende taak van de minister op de Posterijen en Telegrafie over te nemen; tevens zou deze raad als adviesorgaan voor de bedrijfsleiding fungeren. Daarnaast diende de minister in zijn beleid meer rekening te houden met specifieke bedrijfsbelangen. Verder adviseerde zij tot het vormen van een meerhoofdige leiding en het in grotere mate delegeren van bevoegdheden aan lager kader. Van de meeste adviezen werd vrijwel niets gerealiseerd.

1.3. De organisatie van het hoofdbestuur

In 1893 werd aan het hoofd van de Posterijen en Telegrafie een directeur-generaal gesteld met een eigen staf van ambtenaren, los van het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Ook het rekenplichtig beheer werd afgescheiden van de Afdeling Comptabiliteit van het departement en kwam geheel onder het hoofdbestuur. Voor de zaken die nauw verband hielden met de departementsdienst werd een administrateur aangesteld. Later werd deze een meer direct ondersteunende ambtenaar voor de directeur-generaal zélf en werd de functiebenaming veranderd in algemeen secretaris (1920) [NOTE K.B. 29 april 1893, nrs. 20, 22, 23.] .

Voor de leiding van de exploitatie van de dienst had de directeur-generaal de beschikking over drie hoofdambtenaren, te weten een hoofdinspecteur posterijen, een hoofdinspecteur telegrafie en een hoofdingenieur telegrafie; in 1919 kwam daar nog een hoofdinspecteur telefonie bij. De hoofdinspecteurs oefenden algemeen toezicht uit op de exploitatie van een der dienstonderdelen en dienden de directeur-generaal van advies. De hoofdingenieur telegrafie was belast met de technische kant van de telegrafie en van de telefonie [NOTE Zie het overzicht van topfunctionarissen onderaan deze inleiding.] .

Het hoofdbestuur werd in 1897 verdeeld in tien afdelingen, waarvan sommige weer gesplitst werden in burelen; in 1904 werden de afdelingen gereorganiseerd en kwamen er twee bij. Tevens werden de afzonderlijke inspectie-afdelingen in 1897 opgeheven en kwamen er tien (vanaf 1918 twaalf) afdelingen onder inspecteurs voor zowel de posterijen als de telegrafie. Een van de taken van de eerste directeur-generaal, J.P. Havelaar, was immers het vormen van een eenheid uit de voorheen afzonderlijke takken der posterijen en telegrafie. Dit werd onder meer bereikt door het scheppen van een gezamenlijk ambtenarenkorps en het uitbreiden van de verenigde kantoren.

Verdere organisatorische veranderingen in 1897 waren het oprichten van drie telegraafdistricten, elk met een ingenieur aan het hoofd én de komst van een inspecteur der vervoermiddelen, aan wie het toezicht op de spoorwegkantoren was opgedragen.

In de loop der jaren werden de volgende adviescommissies ingesteld [NOTE Zie ook het overzicht van niet in afdelingsverband ondergebrachte diensten onderaan deze inleiding.] :

  • Raad van Bijstand (1911-1919), functie: op verzoek van de directeur-generaal aan deze advies uitbrengen over velerlei onderwerpen, samenstelling: vier hoofdambtenaren en de administrateur als voorzitter.
  • Jackamp; Dark Neck Grey Crew Jones Melange Basic Trui 80kOPnw
  • Commissie van Advies (1920-1927), functie: advies uitbrengen aan de minister over onderwerpen die door de minister, de directeur-generaal of de commissieleden voorgelegd werden, samenstelling: twee vertegenwoordigers uit het parlement, twee uit handel en nijverheid, twee uit het bedrijfspersoneel en de directeur-generaal als voorzitter.

Met betrekking tot personeelsaangelegenheden functioneerden er vanaf 1918 een Commissie van Beroep (taak: advies aan de minister uitbrengen betreffende strafoplegging aan P. en T.- ambtenaren) en een Commissie van Overleg (vertegenwoordiging van verschillende vakverenigingen).

1.4. Ontwikkelingen op personeelsgebied

Aanvankelijk steeg het aantal personeelsleden van het hoofdbestuur ieder jaar in bescheiden mate, maar na de Eerste Wereldoorlog steeg het aantal werknemers snel, doordat vele gedemobiliseerden in dienst moesten worden teruggenomen, terwijl hun plaatsen inmiddels door anderen bezet waren. Door de sterke uitbreiding van de dienst bleef er echter nog tot in 1922 een tekort bestaan aan geschoold personeel. De in de crisisjaren genomen bezuinigingsmaatregelen hadden uiteraard hun effect op het aannemen van nieuw personeel, maar desondanks kon men in 1926 spreken van een aanzienlijke groei ten opzichte van 1893. De toename van het personeel en de verdere uitbreiding van de dienst leidden ertoe, dat het hoofdbestuur naar andere huisvesting moest uitkijken. In 1923 verhuisde het hoofdbestuur van het hoofdgebouw aan de Parkstraat 2a in 's-Gravenhage en vanuit de vele bijgebouwen elders in de stad naar een nieuw gebouw aan de Kortenaerkade.

Het personeel der Posterijen en Telegrafie viel in de beginjaren onder de rechtspositieregelingen van departementsambtenaren, voor zover die bestonden. In 1916 werd de regeling der benoeming, bezoldiging en bevordering, geldig voor de Departementen van Algemeen Bestuur, ook van toepassing op de ambtenaren bij het hoofdbestuur; hiermee verkregen dezen hun eerste eigen rechtspositieregeling.

Voor verschillende groepen personeel werden in 1919 en 1922 rangbevorderingsregelingen vastgesteld, maar een dergelijke regeling voor het gehele personeel bleef uit, hoewel hier wel behoefte aan was. Sky Blouse Captain Button Jdyjake Jdy OXPkwiuZT

Er bestond nogal wat ongelijkheid tussen de verschillende groepen ambtenaren; de bevorderingsmogelijkheden van veel ambtenaren, werkzaam in de exploitatieve sfeer waren namelijk gekoppeld aan de grootte en belangrijkheid van het kantoor waar ze werkten. Ook werd er nogal eens geschoven in het rangensysteem, wanneer er een nieuwe groep ambtenaren bijkwam als gevolg van veranderde opleidingseisen of het introduceren van nieuwe functies.

1.5. Activiteiten

1.5.1. Posterijen

Een mijlpaal voor de ontwikkeling van het postverkeer in Nederland was de uit 1850 stammende Wet tot vaststelling van het briefport en tot regeling van de aangelegenheden van de brievenposterij [NOTE Wet van 12 april 1850 (Stbl. nr. 15).] . Met de invoering van deze wet verbeterde het postwezen aanmerkelijk; in 1852 werd de postzegel geïntroduceerd en ook het dienstbetoon verbeterde door de nieuwe organisatie. Alhoewel er later aanvullingen en wijzigingen hebben plaatsgevonden op deze wet, is de strekking ervan niet veranderd.

Ten aanzien van de posttarieven nog de opmerking, dat deze in 1916, 1919 en 1921 verhoogd werden, in 1919 en 1921 betrof het zelfs een verdubbeling. Nadat het sinds 1917 optredende nadelige exploitatiesaldo van de postdienst in 1923 was overgegaan in een voordelig saldo werden de posttarieven in 1925 en 1926 weer verlaagd.

Uit de Postwet vloeide tevens een vervoerplicht voort voor de posterijen ten aanzien van het brievenvervoer. Voor een deel nam men dit in eigen beheer (met name het lokale brievenvervoer in kleine plaatsen), voor een deel geschiedde dit postvervoer door derden, zoals bijvoorbeeld het vervoer per rail. Tot 1925 reisden er postambtenaren op de treinen mee, waarbij ze tijdens de reis de post behandelden; vanaf dat jaar aanvaardden de vervoermaatschappijen zelf aansprakelijkheid voor door tussenkomst van hun personeel overgebrachte postzendingen. Vanaf 1925 werd er gebruik gemaakt van nachttreinen, speciaal voor postvervoer op de drukke trajecten. Pas in 1913 begon men regelmatig auto's te gebruiken voor het lokale en interlokale postvervoer, nadat de eerste experimenten met het gebruik van auto's voor het lichten van de stadsbrievenbussen van Amsterdam niet succesvol waren gebleken. Het postvervoer naar de Nederlandse Koloniën en andere landen buiten Europa geschiedde per boot; vanaf 1920 ook per vliegtuig, met de opening van de luchtpostdienst tussen Nederland en Engeland.

De eerste proefvlucht naar Nederlands-Indië vond in 1924 plaats.

Een belangrijke functie vervulden de posterijen met betrekking tot de dienstverlening op postkantoren (uiteraard tegen vergoeding) ten behoeve van andere Rijksdiensten. Een postkantoor bood namelijk de beste mogelijkheden om mensen in hun eigen woonwijk te bereiken, terwijl de andere overheidsdiensten op deze wijze ook geen kosten hoefden te maken voor het onderhouden van eigen kantoren met eigen personeel.

Zo werden de volgende taken voor het Ministerie van Financiën uitgevoerd:

  • het uitbetalen van pensioenuitkeringen (vanaf 1910 tot 1926)
  • het verkrijgbaar stellen van pasmunt (vanaf 1910; met pasmunt werden 2½ centstukken bedoeld die in de grote steden gebruikt werden als muntjes voor muntgasmeters)
  • het verkrijgbaar stellen van rijwielplaatjes (vanaf 1924; rijwielplaatjes dienden als bewijs voor het betaald hebben van de rijwielbelasting).

Voor het Ministerie van Arbeid en de Rijksverzekeringsbank werden sinds 1913 de invaliditeit- en ouderdomsuitkeringen via het postkantoor uitbetaald. De postbeambten hadden hierbij tevens een taak ten aanzien van informatieverstrekking en formulierenuitgifte en inname.

Verder bestond met de invoering van de Rijkspostspaarbank in 1881 de mogelijkheid om aan het loket van een postkantoor geld te sparen en weer op te nemen. Toen in 1916 de Postcheque- en Girodienst (PCGD) werd ingesteld kwam de uitvoering van deze dienst ook bij de postkantoren te liggen; met de centralisatie van de PCGD in 1923/1924 werden de postkantoren ontheven van de uitvoering van taken voor deze dienst. Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H

Op het gebied van de internationale samenwerking ten slotte waren de posterijen vertegenwoordigd op de postcongressen die onder auspiciën van de Union Postale Universelle (UPU) werden georganiseerd, onder andere in Rome (1906), Madrid (1920) en Stockholm (1924).

Buiten de UPU sloot Nederland met diverse landen internationale postovereenkomsten, terwijl de Nederlandse posterijen ook regelmatig bemiddelden in conflicten tussen landen.

1.5.2. Telegrafie

Het wettelijk kader voor de invoering van een Rijkstelegraafdienst werd gevormd door de Telegraafwet van 1852, welke praktisch ongewijzigd tot 1904 van kracht bleef [NOTE Wet van 7 maart 1852 (Stbl. nr. 48).] . Een van de motieven tot het oprichten van de Rijkstelegraaf was de toename van het particuliere berichtenverkeer van kooplieden en fabrikanten; dezen hadden uiteraard belang bij een goed functionerend en niet te kostbaar, landelijk telegraafnet.

Mede door de snelle ontwikkeling van de telefonie werd het wenselijk geacht om te onderzoeken, welke maatregelen van staatswege genomen dienden te worden ten aanzien van aanleg, gebruik en exploitatie van telegrafische en telefonische geleidingen. Hiertoe werd in 1897 een staatscommissie benoemd [NOTE K.B. d.d. 17 september 1897, nr. 22 (Stcrt. nr. 220).] , wier aanbevelingen uiteindelijk resulteerden in de Telegraaf- en Telefoonwet van 1904 [NOTE Wet van 11 januari 1904 (Stbl. nr. 7).] . Onder deze wet, die nog steeds van kracht is, vielen de telegrafie en de telefonie en tevens werd hierin een aantal principiële wijzigingen aangebracht. Ondanks het feit, dat er ruimte voor particulier initiatief werd gelaten bij de aanleg en exploitatie van de verschillende netten (door middel van concessies), werd de overheid hierin een overheersende rol toebedeeld.

Bovengenoemde wet werd mede noodzakelijk gemaakt door de snelle ontwikkeling van de telegraaftechniek; rond de eeuwwisseling waren verschillende telegraaftoestellen in gebruik. Men kan hierbij onderscheid maken in schrijftoestellen en typendruktoestellen. Schrijftoestellen zijn de zogenaamde morsetoestellen, waarbij de over te seinen letters en tekens met behulp van een seingever of seinsleutel worden omgezet in stroompjes van korte of lange duur; deze toestellen hebben zich vanaf 1852 tot op heden gehandhaafd.

Typendruktoestellen maken het mogelijk telegrammen in drukschrift over te seinen; deze toestellen (onder andere het Hughes- en het Baudot-toestel) waren in Nederland in gebruik van 1868 tot rond 1935. Tussen 1915 en 1935 was tevens de Siemens-sneltelegraaf in gebruik, voornamelijk op de grote en drukke verkeerslijnen (onder andere Amsterdam-Berlijn en Rotterdam-Düsseldorf). Vanaf 1921 was de verreschrijver in gebruik (ook wel teletype genoemd), een soort combinatie van een schrijfmachine en een telegraaftoestel.

Op internationaal gebied was men sinds 1865 verenigd in de Union Télégraphique Internationale (UTI), waarbij men zich vooral moeite getroostte om een uniform telegraaftarief tot stand te brengen. Voor het zuiver administratieve werk van de UTI werd een Internationaal Telegraaf Bureau in het leven geroepen, gevestigd te Bern.

1.5.3. TelefonieCotton On Crop Bh Body Sport Strappy Sports Essential Black 534RjAL

Nadat tegen het einde van 1877 de telefoon zijn intrede had gedaan in Nederland, kwam in 1881 te Amsterdam het eerste lokale telefoonnet tot stand, geëxploiteerd door de Nederlandse Bell-Telephoon Maatschappij (NBTM). De exploitatie van de lokale netten werd aan geconcessioneerde particuliere ondernemingen overgelaten, die tevens een monopolie verkregen voor het gebied waarin hun concessie geldig was. De concessies werden in enkele grote gemeenten niet verlengd en vanaf 1896 namen deze gemeenten (onder andere Amsterdam, Rotterdam, Arnhem) de plaatselijke telefoonexploitatie in eigen beheer. Na 1897 kwamen er geen nieuwe particuliere netten meer bij en waren er steeds meer voorstanders te vinden van staatsexploitatie. Het concessiestelsel had namelijk het nadeel, dat de exploitanten het door de beperkte tijdsduur van zo'n concessie niet de moeite waard vonden om nieuwe investeringen te doen; als het niet zeker was of de concessie verlengd werd was dit natuurlijk ook een groot risico. Het gevolg was wél, dat de netten verouderden en de kwaliteit van de verbindingen achteruit ging.

De Telegraaf- en Telefoonwet van 1904 [NOTE Wet van 11 januari 1904 (Stbl. nr. 7).] sprak zich niet uit voor of tegen overname van de netten door de staat, maar kende aan de rijksoverheid wél een centrale plaats in het telefoonverkeer toe. Tevens verschafte zij de telefonie een eigen wettelijke basis; wel in één wet samengebracht, maar toch onafhankelijk van de telegrafie [NOTE Voordien was de Telegraafwet van 1852 (Stbl. nr. 48) ook van toepassing op de telefonie.] . Uiteindelijk waren in 1927 alle particuliere telefoonnetten verdwenen: op de gemeentelijke lokale netten van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam na (die tot 1940 gemeentelijke exploitatie behielden) bevond het gehele openbare telefoonnet zich in handen van de staat.

Voor wat betreft de interlokale telefonie ging de voorkeur van de toenmalige minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid in de jaren 1884-1887 uit naar de naasting van het interlokale net; een van de redenen was angst voor concurrentie met het openbare landelijke telegraafnet. Doordat een behoorlijke juridische basis voor deze staatsexploitatie ontbrak, kwam het interlokale net vooralsnog in particuliere handen. In 1887 verkreeg de NBTM dan ook een vergunning voor het maken van een telefoonverbinding van haar centraalburelen in Haarlem en Zaandam naar Amsterdam en begin 1890 kon men spreken van een bescheiden interlokaal net dat een aantal belangrijke plaatsen verbond. Na uitvoerige discussie in het parlement werd tenslotte besloten tot overname van het gehele interlokale net door het Rijk, welke overname per 1 oktober 1897 een feit was.

Staatsexploitatie betekende in alle gevallen, dat de bemoeienis van de rijksoverheid met de telefonie verliep via de telegraafdienst. Bij de start van de internationale telefonie in 1895 echter was het binnenlandse net, waarover het internationale verkeer moest worden afgewikkeld, nog in handen van de NBTM. Dit in tegenstelling tot andere landen, waar de exploitatie in staatshanden was. Deze situatie gaf echter weinig problemen en per 1 november 1895 startte het internationale telefoonverkeer tussen Amsterdam, Den Haag en Rotterdam enerzijds en Antwerpen en Brussel anderzijds. In 1896 werd de verbinding met Duitsland tot stand gebracht en in 1913 die met Frankrijk; de verbinding met Engeland liet nog tot 1922 op zich wachten.

1.5.4. Radiotelegrafie en Radiotelefonie

Nadat Marconi's uitvinding van de draadloze telegrafie rond 1896 succesvol was gebleken werden hiermee in allerlei landen experimenten opgezet. De eerste draadloze verbinding in Nederland kwam in 1902 tot stand tussen het lichtschip 'Maas' en Hoek van Holland. Tegen 1905 werd het scheepsradioverkeer, waarbij een kuststation (Scheveningen-Haven) de verbinding met vaartuigen op zee onderhield en de schepen ook onderling contact konden houden, in de praktijk geïntroduceerd. Ook was de Rijkstelegraaf inmiddels begonnen met proefnemingen over land.

De nieuwe Telegraaf- en Telefoonwet van 1904 zou tevens van toepassing zijn op de draadloze telegrafie en later ook op de telefonie; in het kader van deze wet was het een duidelijke zaak, dat de Rijkstelegraaf met de uitvoering van de nieuwe dienst zou worden belast. Voor dit doel werd in 1905 een Rijksradiodienst in het leven geroepen.

Ná de Eerste Wereldoorlog werd het radiotelegrafisch zenden over grote afstanden steeds gebruikelijker. In 1919 kon men reeds draadloos telegrammen uit Nederlands-Indië ontvangen, in 1923 werd de radiotelegraafdienst in beide richtingen officieel geopend. Ook kwamen er verbindingen tot stand met andere landen buiten Europa. Rond het midden van de jaren twintig begon men met het bouwen van telefoniezenders, die het mogelijk maakten het gesproken woord direct over te zenden; aan het eind van de twintiger jaren werd de radiotelefonie operationeel.

Omstreeks die tijd werd ook de kwestie van het verlenen van zendmachtigingen aan particulieren actueel, evenals het omroepvraagstuk. In 1920 werd vanuit het hoofdbestuur de Commissie Radiotelefoonconcessies ingesteld, die onderzoek moest verrichten naar de (technische) mogelijkheid om concessies te verlenen voor de exploitatie van radiotelefonische inrichtingen. Deze commissie concludeerde in 1922 dat concessies slechts op beperkte schaal en voor een beperkte tijd gegeven konden worden in verband met nog te verwachten nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. De radio-omroepdienst werd aan het particulier initiatief overgelaten: de Nederlandse Omroep Maatschappij (NOM) zou, op advies van de Commissie Nolting (1924), toestemming krijgen voor de bouw van één of meer zendstations en voor het verzorgen van uitzendingen. De Posterijen en Telegrafie zou voor haar bemoeienis ten aanzien van administratie, keuring en controle een jaarlijks bedrag van de NOM ontvangen.

1.5.5. Gelddiensten

De gelddiensten, dat wil zeggen de Rijkspostspaarbank en de Postcheque- en Girodienst, worden in dit verband alleen behandeld in relatie tot het hoofdbestuur van de Posterijen en Telegrafie, aangezien zij als autonome organisatie hun eigen archief hadden (zie inventaris 2.16.79). Voor de voorgeschiedenis van deze diensten wordt hierbij verwezen naar de inleidingen van deze inventarissen. Voorts dient vermeld te worden, dat de Rijkspostspaarbank ten aanzien van de Posterijen en Telegrafie een zelfstandiger positie innam dan de Postcheque- en Girodienst.

1.5.5.1. Rijkspostspaarbank (RPS)

De wet tot instelling van de Rijkspostspaarbank trad op 1 april 1881 in werking [NOTE Wet van 25 mei 1880 (Stbl. nr. 88)] . Motieven die tot het oprichten van deze RPS leidden waren het verschaffen van grotere zekerheid aan kleine spaarders (door middel van het sparen bij een overheidsbedrijf) én de goede bereikbaarheid van de spaarinstellingen voor het publiek door middel van het gebruik van de postkantoren.

De relatie tussen de RPS en het hoofdbestuur bestond voornamelijk op het gebied van samenwerking bij het gebruik van de postkantoren, die immers een kassiersfunctie voor de RPS vervulden. De daaruit voortvloeiende administratieve bezigheden (beleggingen, betalingen e.d.) werden in nauw overleg behandeld. Tevens werd de belegging van rekening-courantgelden voor de Postcheque- en Girodienst in 1918 opgedragen aan de directeur van de RPS [NOTE K.B. d.d. 9 maart 1918 nr. 50] .

Verder werden alle zaken met betrekking tot de RPS, waarbij een besluit of de medewerking van de minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid vereist was, aan het hoofdbestuur voorgelegd. Het betrof onder meer de volgende onderwerpen: organisatie, personeel, samenwerking met andere financiële instellingen (ook internationaal) en gebouwen. Het hoofdbestuur bracht over deze zaken dan advies uit aan de minister, evenals de directeur van de RPS en de Raad van Toezicht op de RPS dit deden. Per 1 januari 1917 legde het hoofdbestuur deze adviserende taak neer.

Performance T Black Klein Billboard Calvin Tee shirt Print 35RjLA41.5.5.2. Postcheque- en Girodienst (PCGD)

Al in 1904 werd door de verenigde Kamers van Koophandel de wens geuit tot het instellen van een cheque- en girodienst en ook vanuit de middenstandsbonden zag men hierin mogelijkheden om het geld- en betalingsverkeer te verbeteren en vergemakkelijken. Door een combinatie van economische factoren en bureaucratische problemen zou het echter nog tot 1916 duren eer de wettelijke regeling van de PCGD een feit was; de dienst zelf werd op 16 januari 1918 opengesteld [NOTE Wet van 19 juni 1916 (Stbl. nr. 342)] . Het giraal sparen werd in 1919 mogelijk.

De PCGD was binnen de organisatie van het Staatsbedrijf der Posterijen en Telegrafie een zelfstandig instituut; zij had een eigen directeur die direct onder de directeur-generaal geplaatst was. De postkantoren werden als girokantoren aangewezen, elk met een eigen administratie; het hoofdkantoor te 's-Gravenhage fungeerde alleen als onderkomen voor de directie en de controle-afdeling.

Deze decentrale organisatievorm voldeed na verloop van tijd niet meer en leidde tot centralisatieplannen: enerzijds omdat de postkantoren ook kassiersfuncties gingen vervullen voor andere financiële instellingen, anderzijds omdat het centrale girokantoor de administratie van de verschillende postkantoren niet allemaal meer kon controleren. Nadat het eerste centralisatieplan in 1918 in de Tweede Kamer was verworpen, werd een tweede plan in 1922 goedgekeurd en in 1923 uitgevoerd [NOTE Girobesluit 1923 (Stbl. nr. 139)] . De centralisatie die aanving op 24 augustus 1923 verliep echter dermate slecht, dat de PCGD van 4 oktober 1923 tot 1 oktober 1924 gesloten moest blijven. Naar aanleiding van dit debacle werden twee onderzoekscommissies ingesteld [NOTE Commissie Tak (23 januari 1924 ingesteld) en Commissie König (7 februari 1924 ingesteld).] .

Toen de centralisatie eenmaal was doorgezet, fungeerde het hoofdkantoor te ‘s-Gravenhage als centraal girokantoor met betrekking tot administratie en controle, terwijl de postkantoren alleen nog een kassiersfunctie hadden. Aan de verhouding met het hoofdbestuur veranderde maar weinig, alleen met de administratie van de PCGD had het hoofdbestuur geen directe bemoeienis meer.

Overzicht van topfunctionarissen binnen Posterijen en Telegrafie

This link has no description

Organisatieschema van Posterijen en Telegrafie

This link has no description

Overzicht van niet in afdelingsverband ondergebrachte diensten, adviserende instanties, commissies, stichtingen enz.Trui Sherman Tipped Wine Ben Neck Crew T5KuJl13Fc

This link has no description

4 Lijst van geraadpleegde literatuur

  • // (1949) 7 (juli), p. 196-197
  • 1897 // (1976) 3 (aug.), p. 145-192
  • Benschop, W.J.M.: / samengesteld door W.J.M. Benschop en H. Icke. - 's-Gravenhage : Hoofdbestuur der Posterijen en Telegraphie, 1918
  • Benschop, W.J.M.: / samengesteld door W.J.M. Benschop en H. Icke. - 's-Gravenhage : Staatsbedrijf der PTT, 1933
  • Berg, D. van den, e.a.: // (1970) 2 (dec.), p. 85 - 152
  • Boer, R. de: // (1933) 3,4 (mei/juli) Sweater Red Etam Etam Miss Miss Etam Sweater Miss Red Sweater Red dBxWCreo
  • Bosch, Th.M.J. van den: / Th.M.J. van den Bosch en E.M.Beugelink. - 's-Gravenhage : Staatsbedrijf der PTT, Afd. A en R, 1965
  • Brandjes, W.: / W. Brandjes. - 's-Gravenhage : Staatsbedrijf der PTT, Afd. A en R, 1969
  • Brink, E.A.B.J. ten: / E.A.B.J. ten Brink en C.W.L. ScheIl. - 's-Gravenhage : Staatsbedrijf der PTT, 1954
  • Brink, E.A.B.J. ten: / E.A.B.J. ten Brink . - Bussum : Fibula-van Dishoeck, 1969. - (Fibulareeks; nr. 42)
  • Drenthen, M.J.: // (1973) 5 (dec.), p. 62-63
  • . - 's-Gravenhage : Nederlandse Vereniging voor Radiotelegrafie, 1926
  • Harmsen, B.T.: // (1951) 1 (okt.)
  • Hofman, F.A.: // (1974) 168 (okt.) p. 6-8
  • Hogesteeger, G.: / G. Hogesteeger. - 's-Gravenhage : Staatsbedrijf der PTT, 1984 . - (Geschiedkundige uitgaven van het Staatsbedrijf der PTT ; nr. VI)
  • Hogesteeger, G.: // / (onder red. van W. van den Broeke...et al. ; G. Hogesteeger ... et al.). - Utrecht : Stichting Jb GBT, 1984, ISBN/ISSN 90-704-13-09-4*
  • . - 's-Gravenhage : Hoofdbestuur der PTT, 1894-1927
  • . - 's-Gravenhage : Centrale directie der PTT, Afd. Archief en Registratuur, 1974
  • Ottenheijm, G.C.J.J.: / G.C.J.J. Ottenheijm. - 's-Gravenhage : Staatsbedrijf der PTT, 1974, ISBN/ISSN 90-12-00401-2 Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H
  • . - 's-Gravenhage : Staatsbedrijf der PTT, hoofdbestuur, 1954
  • . - ‘s-Gravenhage : hoofdbestuur, 1924
  • . - ‘s-Gravenhage : Algemene landsdrukkerij, 1924
  • Reinoud, H.: / onder red. Van H. Reinoud... [et al.]. - Utrecht : Het Spectrum, 1968. - (Marka-boeken; nr. 80)
  • Schuilenga, J.H.: / onder red. Van J.H. Schuilenga ... [et al.]. - ‘s-Gravenhage : Staatsbedrijf der PTT, hdrie T, 1981.
  • Sluyck, B.C.: // (1932) p. 218-228
  • . PTT-opleidingsmap, 1978
  • Teijen, A.J.H.: / samengesteld door A.J.H. Teijen. - 's-Gravenhage : Postcheque- en Girodienst, 1943
  • Met Lakeville Mountain Timbo Black Rits Hoodie QxthCsdr
  • . - 's-Gravenhage : Staatsbedrijf der PTT, OCO, 1974
  • Veluwenkamp, J.W.: / J.W. Veluwenkamp. - Amsterdam : Postgiro/rijkspostspaarbank, 1981
  • / onder voorzitterschap van W.D. Nolting. - 's-Gravenhage : Staatsbedrijf der PTT, hoofdbestuur, 1924-1925 (twee delen)
  • / onder voorzitterschap van J.F. van Royen. - 's-Gravenhage : Staatsbedrijf der PTT, 1925
  • . - 's-Gravenhage : Algemene landsdrukkerij, 1926
  • Visser, G.P.: // (1960) (mei), p. 85-88

Archival history

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het archief van het hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie is ontstaan na de samenvoeging van de Posterijen en Telegrafie onder één bestuur (per 1-1-1893).

Op 31 december 1926 werd dit archief afgesloten omdat op 1 januari 1927 werd gestart met een decimaal dossierstelsel.

Appraisal

Selectie en vernietiging

De selectie van voor vernietiging vatbare stukken heeft regelmatig plaatsgevonden en geschiedde tot 1950 met incidentele machtiging. Bij beschikking van 15 december 1949, nr. 1 gaf de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen toestemming om de PTT-richtlijnen voor de vernietiging van stukken in blokken van vijf, twintig en vijftig jaar te gebruiken. Deze richtlijnen zijn hieronder opgenomen.

Verder werden in 1953 diverse archivalia, behorende tot de archieven van de Ministeries van Waterstaat én 0, K en W, overgedragen aan de desbetreffende departementen.

This link has no description

Richtlijnen voor de vernietiging van stukken in de archieven van het hoofdbestuur der Posterijen, Telegrafie en Telefonie

Processing information

Verantwoording van de bewerking

In de inventaris is de tweedeling gemaakt tussen de verbalen met hun toegangen enerzijds en de buiten het verbaal gehouden stukken anderzijds. Aangezien de verbalen alleen door middel van de oude indices toegankelijk waren en de PTT bij overdracht van het archief aan het Algemeen Rijksarchief toch over de informatie hieruit wilde kunnen beschikken, zijn nieuwe toegangen vervaardigd (inventarisnummers 791-804).

Het gehele archief is verfilmd en vervolgens is dit schaduwbestand op microfilm gekoppeld aan een speciaal voor semi-statische en statische archieven ontworpen geautomatiseerd informatiesysteem.

Voor het vervaardigen van de nieuwe toegangen zijn de ingekomen en uitgaande stukken gedocumenteerd, in totaal een kleine vijfentwintigduizend stuks.

Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H

Het documenteren bestaat uit het noteren van de uiterlijke kenmerken van een stuk, het maken van een inhoudsbeschrijving en het toekennen van trefwoorden, eigennamen en geografische namen aan ieder stuk.

Het computersysteem vervaardigt uit de ingevoerde documentbeschrijvingen lijsten (toegangen) op chronologie, eigennamen, geografische namen, onderwerp (archiefcode) en een documentenlijst. In deze documentenlijst zijn de inhoudsbeschrijvingen opgenomen, geordend volgens de speciaal voor dit archief vervaardigde archiefcode. Deze lijst geeft een systematisch overzicht van het chronologisch geordende archief en vormt de ruggengraat van de toegangen. In de inventaris is een handleiding opgenomen voor het gebruik van deze toegangen (inventarisnummer 791). De twee series bijlagen konden niet in het geautomatiseerde informatiesysteem worden opgenomen, doordat zij qua vorm en inhoud te veel van de ingekomen en uitgaande stukken verschilden. Van de postwaarden collectie is door een filatelie-deskundige een plaatsingslijst gemaakt [NOTE Overzicht van postwaarden behorende bij het archiefmateriaal van de Centrale Directie der PTT te ‘s Gravenhage, Afdeling Archief en Registratuur, ‘s Gravenhage, 1985.] .

Daar de collectie doorloopt tot 1967 is deze lijst niet opgenomen in de inventaris maar bevindt zij zich in het Nederlands Postmuseum te 's-Gravenhage, waar ook de collectie berust. Van de serie bestekken is een lijst vervaardigd op onderwerp met een secundaire ordening op plaatsnaam en daarbinnen op chronologie. Deze lijst is in de inventaris opgenomen (inventarisnummer 826).

De commissie-archieven bleken evenmin voldoende gedocumenteerd te kunnen worden door middel van het geautomatiseerde systeem, zodat besloten werd van ieder commissie archief (in totaal dertig) een aparte beschrijving te maken; deze beschrijvingen zijn in de inventaris opgenomen bij de documentbeschrijvingen (inventarisnummer 800).

Om diverse redenen konden niet alle stukken van algemene aard worden overgedragen. Zo zijn de jaarverslagen niet in het bezit van de Afdeling Archief en Registratuur. Wel zijn deze op de Afdelingen Geschiedschrijving en Bibliotheek van de Centrale Directie der PTT aanwezig en ook het Nederlands Postmuseum bezit een verzameling jaarverslagen. De notulen van het hoofdbestuur bevinden zich in het Kabinetarchief uit dezelfde periode (inventaris 2.16.04.02) van de circulaires en aanschrijvingen zijn geen series aanwezig; voor zover nog bewaard liggen deze verspreid door het archief.

Voor een beter begrip van de binnen de PTT gehanteerde afkortingen zijn twee verkortingenboekjes in de inventaris opgenomen (inventarisnummers 882-883).

De overdracht van het archief aan het Algemeen Rijksarchief geschiedde in gedeelten. Het blok 1893 1899 werd op 12 november 1981 overgedragen, het blok 1901-1910 op 31 augustus 1982 en het blok 1911-1919 op 31 mei 1983.

Het laatste blok 1920-1926 is overgedragen in juli 1987.

De postwaarden collectie werd op 29 april 1986 overgedragen, waarna de collectie in bruikleen werd afgestaan aan het Nederlands Postmuseum.

Source of acquisition

De verwerving van het archief

Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.

System of arrangement

Ordening van het archief

Van Gabor Zwart Multicolour Sandalen Zwart Sandalen Gabor Multicolour Sandalen Multicolour Gabor Van Van eED29YWHI

Het archief 1893-1926 is chronologisch geordend volgens het verbaalstelsel ‘1823'. De verbalen bestaan uit minister- en hoofdbestuurstukken; de rest van het archief wordt gevormd door de departementale nota's, visie- en medeparaafstukken en twee series bijlagen. De geheime stukken (minister- en hoofdbestuurstukken) zijn in het Kabinetarchief opgeborgen en vormen een organisch geheel. Dit archief is dan ook als zodanig apart geïnventariseerd, zie 2.16.04.02.

Vanaf 1 juni 1893 zijn de ministerstukken en de hoofdbestuurstukken afzonderlijk geregistreerd. De ministerstukken betreffen alleen de uitgaande en ondertekende stukken door de minister die verantwoordelijk was voor de Posterijen en Telegrafie. De nummering van deze stukken begon iedere dag met ‘1'. De hoofdbestuurstukken zijn ondertekend door de directeur-generaal en bestaan uit een ingekomen en een uitgaande reeks, waarbij de uitgaande reeks twee series heeft, namelijk een voor spoedbrieven en een voor gewone stukken. Beide series, evenals de ingekomen stukken, begonnen elk jaar met de nuancering bij ‘1'. De serie spoedbrieven kreeg achter de nummering een letter ‘S' toegevoegd. Ook werd soms een dubbel uitgaand nummer uitgegeven, dit kreeg dan de toevoeging ‘Bis'.

De medeparaafstukken werden op de afdeling van het departement ontworpen en ter medewerking aan het hoofdbestuur gezonden. Deze stukken werden vastgesteld, in tegenstelling tot de visiestukken die gewoonlijk alleen voorzien waren van datum en nummering van het ministerie. De visiestukken werden ter kennisneming aan het hoofdbestuur gezonden (inventarisnummer 808). De nota's vormden een briefwisseling tussen een afdeling van het departement en een afdeling van het hoofdbestuur (inventarisnummers 805-807) en werden als ingekomen en uitgaande stukken apart geagendeerd.

Het archief bevat twee series bijlagen, namelijk de serie bestekken en de postwaarden collectie. De serie bestekken is ontstaan, doordat men destijds de bestekken uit de verbalen heeft gelicht; dit is echter niet consequent gebeurd, waardoor de serie niet volledig is. De postwaarden collectie loopt van 1893 tot en met 1966 en bestaat voornamelijk uit filatelistische waardestukken. Deze stukken werden omstreeks 1962 uit het archief gelicht en afzonderlijk geborgen in twee zgn. ‘blauwe trommels' (PTT-geldtrommels), die weer in een kluis werden geplaatst. (N.B. De postwaarden collectie is in bruikleen afgestaan aan het Nederlands Postmuseum te Den Haag.)

De toegangen op het archief bestaan uit de agendaboeken van de minister- en hoofdbestuurstukken, indices, klappers (onder andere op onderwerpen en namen), de generaal klapper en nummerlijsten. De agendaboeken zijn niet in de inventaris opgenomen, omdat zij voor het terugvinden van de stukken niet meer essentieel zijn. In de generaal klapper werden de belangrijke onderwerpen genoteerd. Vanaf 1914 werd de nummerlijst bijgehouden, die tevens diende als verblijfplaatsadministratie. De klappers werden per 1 juli 1919 vervangen door een kaartsysteem en in 1921 werd dit weer vervangen door het souchesysteem. De kaarten en souches over de periode 1919-1926 zijn op microfilm gezet, waarna de originelen zijn vernietigd.

De archiefstukken uit de periode 1919-1940 betreffende het culturele gedeelte van de radio en de radiodistributie werden overgedragen aan het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, omdat het culturele gedeelte van de radio-omroep na 1940 onder dit ministerie ressorteerde [NOTE Overdrachtsbrief van de minister van Verkeer, d.d. 5 december 1946, nr. 3.] . Van het overgedragen archief is een inventaris gemaakt, zie 2.16.25.

Een aantal commissies met een eigen agenda is in het chronologisch archief ondergebracht, gekoppeld aan een vastgestelde uit dit archief.

Door de Centrale Directie van de PTT zijn in 1987 gedetailleerde toegangen vervaardigd op de nog aanwezige stukken uit het archief van het Hoofdbestuur (inv.nrs. 791 - 804). Het raadplegen van de eigentijdse toegangen (inv.nrs. 469 - 790) zal daarom in de meeste gevallen achterwege kunnen blijven. Voor het gebruik van deze in 1987 vervaardigde "documentbeschrijvingen" zie de handleiding, inventarisnummer 791. Enkellaarsjes Enkellaarsjes Zwart Dames Nelson Normaal Zwart Normaal Nelson Dames TKl1JFc

Conditions governing access

Openbaarheidsbeperkingen

Volledig openbaar.

Conditions governing reproduction

Beperkingen aan het gebruik

Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het auteursrecht.

Physical characteristics and technical requirements

Materiële beperkingen

Existence and location of copies

Preferred citation

Citeerinstructie

Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.

VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Hoofdbestuur Posterijen en Telegrafie [periode 1893-1926], nummer toegang 2.16.21, inventarisnummer ...

VERKORT:
NL-HaNA, Hoofdbestuur PTT, 1893-1926, 2.16.21, inv.nr. ...

Extent

97.10 meter; meter, 905 inventarisnummers. files

Other descriptive information

Cecil Denim Fit Jeans Slim Black 45Rj3AL

Aanvraaginstructie

Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:

  1. U maakt een profiel aan op www.gahetna.nlVan Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H , en logt vervolgens in;
  2. Via de archiefinventaris (alleen de beschrijvingen met rode nummers) selecteert u het gewenste archiefstuk door op de knop 'Reserveren' te klikken;
  3. In het volgende scherm geeft u aan op welke dag u het archiefstuk wilt inzien;
  4. Indien u zich bevindt in de studiezaal en een tafelnummer heeft ontvangen kunt u dit nummer vermelden. Als u geen tafelnummer heeft kunt u tafelnummer 777 laten staan;
  5. Vervolgens bevestigt u uw reservering door deze te versturen.

Language of the material

Het merendeel der stukken is in het Nederlands .
Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H

Records creator


Archiefvormers: :

Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie 1893-1913


Staatsbedrijf der Posterijen en Telegrafie 1913-1928

Content provider

Nationaal Archief, Den Haag

Material-specific details

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.
Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H
Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H Van Daniel Cristian Wit Witte Sandalen W9IYeED2H